Categoriearchief: Recensie

Meesters&Gezellen 2017

We werden blij verrast door en genoten intens van de topprestaties van het professionele vocale ensemble o.l.v. de gepassioneerde Letse dirigent Sigvards Kjava. De nadruk lag op veelzijdig a capella repertoire uit de Noord-Europese koortraditie. Van begin tot eind zaten we op het puntje van de stoel met gespitste oren te luisteren, maar ook geboeid te kijken naar flitsend samenspel van dirigent en 24 stem-toveraars.

We weten zeker dat dit een volgende keer weer een volle kerk enthousiaste luisteraars oplevert. Cultureel Café kan er zeker voor zorgen dat ‘Meesters en Gezellen’ in de toekomst door steeds meer mensen in het rijtje van de grote Nederlandse concertsteden direct met dorp Dalfsen wordt verbonden.

Dat was nog eens voor een ‘vriendenprijsje’ en voor ons op loopafstand genieten van unieke presentaties van de hogeschool van de koorzang.

Organisatie, bedankt!

Henk en Wies Mentjox

Vroeger waren wij onsterfelijk

Bert Keizer

Op 27 februari 2017 hield Bert Keizer, filosoof, schrijver en voormalig verpleeghuisarts op uitnodiging van het Cultureel café Dalfsen een lezing over zijn boek:”Vroeger waren wij onsterfelijk”.

Zijn doorbraak als schrijver kwam in 1994 met het boek “Het refrein is Hein”, een zeer openhartige schets van gebeurtenissen in een verpleeghuis.
In die tijd werkte ik in een verpleeghuis en het boek sprak mij dan ook heel erg aan.

Dat het onderwerp m.b.t. ouder worden, dementie, euthanasie, enz. in deze tijd bijzonder aansprekend is bleek wel uit het feit dat alle kaarten voor deze avond uitverkocht waren en dat er veel mensen teleurgesteld moesten worden.

Vroeger was het vanzelfsprekend dat je gelovig was en dat maakte dat de dood ook iets vanzelfsprekend was, in feite wist je waar je terecht kwam.         Doordat in de loop van de tijd het geloof bij veel mensen verdwenen is heeft er een verschuiving plaatsgevonden in de manier waarop wij tegen sterven aankijken en er mee omgaan.

Bovendien zijn de mogelijkheden t.a.v. het rekken van levens veel groter geworden en daarnaast ook  de mogelijkheden van hulp bij sterven.

Na de pauze waren er veel vragen zoals:

-Over de levenseinde kliniek waar Bert Keizer ook in dienst is. Hij vertelde dat  de screening met grote zorgvuldigheid gebeurt.

-Euthanasie bij dementie en de wilsverklaring die deze persoon ooit heeft afgegeven. Dit blijft ingewikkeld.

-Huisartsen die euthanasie weigeren.

-Invloed kinderen/familie.

-Ook waren er vragen over het gedrag van dementerenden en hoe ga je hiermee om.

Al met al blijft het een heikel onderwerp, overigens weet je een ding zeker in het leven, aldus Bert Keizer, n.l. dood gaan wij allemaal.

Rianne Prins

Music for Hitch, 18 november

Ben Coelman, verbonden aan de Nederlandse Reisopera, heeft in eerdere voordrachten voor het Cultureel Café Dalfsen laten zien dat hij bijzonder veel weet van opera’s en dat hij daar zeer boeiend over kan vertellen.
Maar wat moet je je voorstellen bij een voordracht over “Muziek in de films van Alfred Hitchcock”?
Bij film gaat het toch vooral over beeld en zoals bij films van Hitchcock, over plot en die muziek krijg je er gratis bij….

Nu, na de fascinerende voordracht van Ben Coelman, weten de aanwezige van deze avond wel beter. Het is echter onmogelijk om alles dat in deze prachtige voordracht aan bod kwam op te nemen in deze recensie. Daarom slechts hetgeen mij het meeste opviel.
Aan de hand van filmfragmenten uit een zestal Hitchcock-klassiekers, gelardeerd met foto’s die de voordracht ondersteunden, opende Ben onze ogen en vooral oren. Hitch wist precies wat hij met muziek beoogde. Bijvoorbeeld hoe hij klassieke muziek vooral ‘het onheil’ liet vertegenwoordigen en met populaire muziek, of klanken ‘een positieve ontwikkeling’ aangaf.
Hitch koos nooit voor de gemakkelijk weg: dus geen strijkers op de achtergrond die voortdurend het beeld versterkten, doch bijvoorbeeld wél een daverende paukenslag op het hoogtepunt van de film “The man who knew too much” uit 1934 en de remake uit 1956.
Of klanken uit ’s werelds eerste synthesizer; de Novachord, die door Hammond in 1939 werd ontwikkeld, waarna Hitch dit instrument al een jaar later in een van de belangrijkste scenes van “Rebecca” ten gehore brengt.
Of de ‘spookachtige zingende zaag-achtige” klanken uit het elektronische muziekinstrument de Theremin, die zo belangrijk zijn bij de waanvoorstellingen van Gregory Peck in “Spellbound” uit 1945.

In de film “Rear Window” uit 1954, tenslotte, kan de hoofdrolspeler James Stewart vanuit zijn rolstoel niet veel anders kan doen dan op die hete zomerdag door zijn opstaande raam naar de eveneens openstaande ramen in de flat van zijn overburen kijken/gluren. Er ontwikkelen zich ik elk van die appartementen filmpjes-in-de-film en die worden regelmatig gelardeerd met muziek, dat uit die woningen komt en zeer betekenisvol is voor die situaties en personages.
En passant worden we in deze voordracht nog door Ben getrakteerd op ‘de mooiste filmzoen allertijden’: Grace Kelly en James Stewart in “Rear Window” en geattendeerd op filmdetails (decor, kleding), waarin Hitchcock zich heeft laten inspireren door schilderijen van Edward Hopper en op de veel betekende metamorfose die de kleding van Grace Kelly ondergaat op het einde van “Rear Window”.

Kortom: dankzij Ben Coelman’s enthousiaste en deskundige voordracht weet ik nu dat ik veelal ‘ziende blind en horende doof’ ben geweest bij het kijken naar al die Hitchcock-films die ik gezien heb.
Dankzij hem zie je en hoor je nu zóveel meer, bij het wederom bekijken er van. BEDANKT BEN!

NB: BBC 2 vertoont de laatste weken op zondagmiddag een Hitchcock-klassieker, terwijl op YouTube natuurlijk veel film- en muziekfragmenten uit bovengenoemde en andere Hitchcock-films te vinden zijn.

Hans van Dam

Hoe ik talent voor het leven kreeg

Rodaan Al Galidi, hij kreeg van de EU een prijs voor literatuur voor zijn roman: ‘De autist en de postduif’. In datzelfde jaar zakte hij echter ook voor zijn inburgeringexamen. ”Ik zit in mijn les Maatschappijwetenschappen en kladder snel in een hoekje van mijn schrift: Rodaan Al Galidi”.

Ik zit op het Gymnasium Celeanum in Zwolle in de 5e klas.

Ik heb oma ooit wat horen vertellen over Rodaan Al Galidi, dus ik stuur haar een berichtje over dat mijn docente nu ook al over hem praat. Oma reageerde enthousiast, ook vertelde ze dat hij naar het Cultureel Café zou komen.

Snel kochten we kaartjes (ik ging samen met papa), maar goed ook dat we de kaartjes snel hebben gekocht. De avond was helemaal uitverkocht! Er waren 140 mensen. Na afloop brachten we Rodaan Al Galidi naar huis. In de auto vertelde hij dat hij eerst dacht dat er 40 mensen zouden komen. Toen bleken er 140 mensen te komen, maar toch vond hij het geslaagd.

Aan het begin van de avond werden er verschillende vragen aan Rodaan Al Galidi gesteld. Hij werd geïnterviewd door Renee Kerdijk. Hier kwam ook de titel van zijn boek aan bod: ‘Hoe ik talent voor leven kreeg’. Uitgebreid werd verteld hoe en waarom alle vorige titels niet zijn gebruikt. Ik vind dat Rodaan heel grappig kan vertellen!

Ook heeft Rodaan Al Galidi zijn gedichten voorgelezen. Ik weet niet hoe het zit bij de rest van de mensen die bij deze avond aanwezig was, maar -ik heb zijn dichtbundel Koelkastlicht nu- en bij elk gedicht dat ik lees, leest mijn hoofd met de stem en emoties van Rodaan Al Galidi.

Rodaan heeft veel grapjes gemaakt over de stipt- en geregeldheid van de Nederlander. Telkens wanneer er over tijd of aantal werd gepraat, zoals bij de vijftien minuten pauze, het voorlezen van twee gedichten, een kort praatje aan het einde, kwamen er opmerkingen voorbij! Ontzettend grappig.

Na de lezing sprak ik nog met Rodaan en hij gaf me mee om te leven in het nu. Hij zei dat ik me niet alleen bewust moest zijn van het feit dat ik het ‘nu’ maar één keer meemaak, maar dat ik hier ook intens van moet genieten. Deze les van Rodaan deel ik graag met jullie. Wat ik nu meemaakt, is van mij. Wat ik over twee jaar zal meemaken, heb ik nog niet. Die ervaringen zijn nog niet van mij.

Het hele publiek weet nu hoe Rodaan Al Galidi talent voor het leven kreeg.

Marloes Aafjes 31-10-2016

Literatuurcyclus

Het zaaltje van de Westermolen zat bijna vol met 27 bezoekers. Harry ter Balkt gaf zoveel stof tot discussie en duiding, dat de Vijftigers niet meer aan bod kwamen. Wel kregen we als huiswerk een verzameling gedichten van die Vijftigers mee. Die komen op dinsdagmorgen 10 januari aan bod.

Aan het eind van de bijeenkomst droeg Peter de Jong twee gedichten van Rodaan al Galidi voor.

De werkgroep heeft, tot vreugde van de aanwezigen, besloten om de cyclus met vier extra morgens uit te breiden.

Gerard Zuyderhoff over optreden van 7 oktober

Afgelopen vrijdag traden we met het Midas Ensemble met heel veel plezier op in de prachtige Grote Kerk van Dalfsen. Wat geweldig dat Cultureel Café Dalfsen voor concerten deze ruimte regelt!
We vonden het spannend om een nieuw soort programma te brengen, waarin gesproken tekst gelijkwaardig wordt gebracht met gezongen tekst en waarin zorgvuldig gezocht is naar verbindingen tussen die twee.

Aan de reacties van het publiek te merken, zowel tijdens het concert als erna, was het een geslaagd experiment, voor herhaling vatbaar, zoals meteen al bleek met een nieuwe boeking.

Ook was nieuw binnen ons ensemble dat ik alleen nog maar de basklarinet bespeel. Het is een instrument dat pas sinds enkele decennia “uit de kast is gehaald” en van een lage brombeer achter in het symfonie-orkest getransformeerd tot een volwaardig solo-instrument dat met zijn bijna 4 octaven vergelijkbaar is met een cello. Voor de goede luisteraar bleek het in het trio een mooie vervanging te zijn van de klarinet.

Wij hebben zelf ook genoten van het fijne en aandachtige publiek en van de schitterende ambiance, waarin de lange en rijke geschiedenis onder de gewelven bijna tastbaar is.

Gerard Zuyderhoff